De Vlaamse Regulator voor de Media houdt het graag spannend

Reeds een tijdje geleden (op 12 januari jl.) heeft de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) een beslissing genomen in een zaak die de Vlaamse tv-omroepen hadden aangespannen tegen Right Brain, een bedrijf dat een systeem voor uitgesteld tv-kijken aanbood. Hieronder volgt een analyse van die beslissing die naar mijn mening op gespannen voet staat met zowel het Mediadecreet als met een eerdere uitspraak van de Antwerpse stakingsrechter. Het is bovendien opmerkelijk dat de VRM een beslissing in een moeilijke zaak zuinig motiveert.

Het Right Brain systeem en de bezwaren ertegen

De Right Brain dienst liet abonnees van Telenet en TV-Vlaanderen toe tv-uitzendingen uitgesteld en op verzoek in streaming te bekijken. De uitzendingen werden door Right Brain van Telenet of TV Vlaanderen gecapteerd en tijdelijk opgeslagen in een datacentrum. De gebruiker kon enkel die uitzendingen (her)bekijken die in zijn abonnement met Telenet of TV Vlaanderen zaten en die hij voorafgaand aan de uitzending had laten registreren.

De Vlaamse omroepen vochten deze dienst aan. Right Brain werd concreet verweten de verplichtingen van art. 180 van het Mediadecreet niet te hebben nageleefd omdat het de omroepprogramma’s niet onverkort, ongewijzigd en in hun geheel doorgaf op het ogenblik waarop ze werden uitgezonden zonder daartoe de voorafgaande instemming van de omroeporganisaties te hebben verkregen.

“Dienstenverdelers” volgens het Mediadecreet

Art. 180 is van toepassing op ‘dienstenverdelers’. Volgens het Mediadecreet zijn dit leveranciers van omroepdiensten aan het publiek langs elektronische communicatienetwerken. Omroepdiensten zijn audiovisuele of auditieve programma’s voor het brede publiek die vallen onder de redactionele verantwoordelijkheid van de aanbieder. De omroepdiensten zijn dus de uitzendingen van de omroepen en de dienstenverdelers zijn de leveranciers van het signaal (traditioneel de kabelmaatschappijen maar nu ook telecombedrijven en eventueel anderen).

Het Mediadecreet gaat uit van een drielagenmodel met omroeporganisaties, netwerkoperatoren (de eigenaren van de infrastructuur) en dienstenverdelers die het tv-signaal aan de kijker leveren. Traditioneel zijn het de netwerkoperatoren zelf die het signaal leveren maar ook derden kunnen het signaal over hun netwerk leveren. De dienstenverdeler is de partij die het contact met de kijker heeft, hetzij dus de netwerkoperator hetzij een derde. De wetgever wou vermijden dat deze derden zouden ontsnappen aan verplichtingen, zoals de “must-carry” verplichtingen, die voorheen aan de netwerkoperatoren in hun hoedanigheid van operator werden opgelegd.

De VRM besloot zonder erg uitdrukkelijke motivering dat Right Brain een dienstenverdeler was zoals bedoeld in het Mediadecreet en dat het in overtreding was met het art. 180.

Dit besluit ligt niet voor de hand. Het decreet zegt dat een dienstenverdeler omroepdiensten “levert”. De VRM zegt zelf in haar beslissing dat dienstenverdelers de diensten van de omroeporganisaties aan hun klanten “ontsluiten”.

De Right Brain dienst werd enkel geleverd aan bestaande klanten van Telenet of TV-Vlaanderen. Right Brain leverde haar dienst uitgesteld kijken dus aan gebruikers die het signaal al een eerste keer hadden ontvangen van de traditionele verdelers. Kunnen omroepdiensten een tweede keer ‘geleverd’ of ‘ontsloten’ kunnen worden? Letterlijk niet want wat geleverd of ontsloten is kan niet opnieuw geleverd of ontsloten worden.

De letterlijke tekst van het decreet stemt overeen met de bedoeling van de decreetgever zoals die blijkt uit de voorbereidende werkzaamheden. Ook daar wordt gesproken over ontsluiting en over de rol van de dienstenverdelers als tussenpersonen tussen inhoudsleveranciers en netwerkoperatoren. Dienstenverdelers worden dus niet gesitueerd in de fase na de ontvangst van de diensten. Logisch.

Het Mediadecreet helpt ook niet.

Het Mediadecreet legt aan de dienstenverdelers op om voor elke functionaliteit voor uitgesteld kijken die ze aan de eindgebruikers aanbieden de toestemming van de omroeporganisaties te bekomen. Indien Right Brain geen dienstenverdeler zou zijn zou het aan deze verplichting ontsnappen.

Het is mogelijk dat de regulator zich daar niet comfortabel bij voelde. De beslissing zegt ook hier niets over.

Het is interessant om weten dat de vereiste van toestemming van de omroeporganisaties eerder het voorwerp heeft uitgemaakt van kritiek, o.a. van de Raad van State die ze in zijn advies beschouwde als een belangrijke beperking van het vrij verkeer van diensten en disproportioneel tot het door de decreetgever gestelde doel.

Gevolgen van de kwalificatie als dienstenverdeler.

Dat het niet voor de hand ligt dat een partij als Right Brain een dienstenverdeler is zoals bedoeld door het decreet, wordt ook duidelijk door naar de gevolgen van deze kwalificatie te kijken.

Artikel 180 van het Mediadecreet legt aan de dienstenverdelers de verplichting op ‘lineaire omroepprogramma’s’ onverkort en ongewijzigd uit te zenden op het ogenblik waarop ze worden uitgezonden. Deze verplichting zou zijn ingegeven door de wens dat de eindgebruiker het lineaire omroepprogramma moet kunnen bekijken zoals dat initieel door de omroeporganisatie op basis van haar programma is bedoeld (de “signaalintegriteit”).

De signaalintegriteit is echter geen punt meer op het ogenblik waarop de diensten van Right Brain gebruikt worden want die signaalintegriteit wordt reeds gewaarborgd door de oorspronkelijke verdelers van het tv-signaal. Aan Right Brain de vereiste van signaalintegriteit stellen zou er op neerkomen dat een dienst zoals die van Right Brain vierkant verboden wordt, hoe hij ook geleverd wordt, tenzij hij zou geleverd worden door één van die oorspronkelijke verdelers van het tv-signaal. Dit is een buitensporige beperking van de economische vrijheid.

Verhouding tussen regulator en rechtbanken.

Tot slot trekt de beslissing van de regulator de aandacht op nog een ander belangrijk probleem. Dezelfde zaak maakte reeds eerder het voorwerp uit van een beslissing van de stakingsrechter te Antwerpen (meer hierover hier). De stakingsrechter heeft in november vorig jaar geoordeeld dat het de gebruikers van de Bhaluu dienst zelf waren die de uitzendingen van de omroepen kopieerden. Dit besluit is niet te verzoenen met de kwalificatie van Right Brain als dienstenverdeler. De regulator was uiteraard op de hoogte van deze beslissing waarnaar hij ook verwijst maar zegt hierover (nogmaals) niets. Nochtans zouden marktdeelnemers waarschijnlijk graag in een coherent juridisch kader willen opereren.

Het lijkt er op dat de regulator, de wetgever en de rechtbank samen de nieuwkomers op de markt van het uitgesteld kijken een aantal mooie uitdagingen bezorgd hebben. Zelfs als er niet zoveel op het kleine scherm te beleven valt, daarrond blijft het spannend.

Luc Van Caneghem

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *