Kan het gebruik van een contractueel overeengekomen opzegbeding rechtsmisbruik uitmaken?

Overeenkomsten bevatten vaak een bepaling die één of beide partijen het recht geeft ze eenzijdig en zonder motief te beëindigen. Overeenkomsten van onbepaalde duur bevatten rechtens deze mogelijkheid.

Zoals voor alle rechten geldt is controle op de uitoefening van dit opzeggingsrecht mogelijk via het verbod op rechtsmisbruik.

 

De gevestigde opvatting van rechtsmisbruik

Rechtsmisbruik is het uitoefenen van een recht op een manier die kennelijk de grenzen overschrijdt van een normale uitoefening door een bedachtzaam en omzichtig persoon.

De cassatierechtspraak onderscheidt vier specifieke gevallen van  rechtsmisbruik:

(1) de titularis van het recht handelt met het exclusieve oogmerk te schaden;

(2) hij handelt zonder redelijk of voldoende belang terwijl hij schade berokkent;

(3) tussen verschillende uitoefeningswijzen met gelijk nut, kiest hij voor een recht de uitoefeningswijze die het meest schadelijk is of

(4) er is een wanverhouding tussen het voordeel dat de titularis van het recht uit de uitoefening ervan haalt en het nadeel dat daarmee aan de derde berokkend wordt.

 

Toepassing op opzeggingen

Tussen ondernemingen die elkaars leverancier en klanten zijn ontstaan regelmatig complexere verhoudingen. Soms zal de leverancier niet alleen goederen leveren maar zal hij aan zijn afnemer ook diensten verlenen of voor hem werken verrichten die nodig zijn voor de verwerking van die goederen.

De onderneming die een belangrijke investering verricht voor de verwerking van goederen verwacht uiteraard nadien voldoende lang aan redelijke voorwaarden die goederen te kunnen blijven inkopen om de investering te kunnen terugverdienen.

Maar wat als de leverancier naderhand beslist gebruik maakt van zijn eenzijdig opzeggingsrecht in de leveringsovereenkomst?

De notie van rechtsmisbruik zoals die uitgewerkt is in de vier specifieke toepassingen die op dit ogenblik door de rechtspraak erkend zijn biedt wellicht geen uitweg. Tenzij in bijzondere omstandigheden zal een leverancier maar ophouden met leveren indien hij de mogelijkheid heeft zijn producten elders duurder te verkopen. De opzegging zal dus niet gebeuren met het exclusieve oogmerk te schaden of zonder ernstig belang en het voordeel dat de leverancier beoogt is het spiegelbeeld van het nadeel dat hij de afnemer berokkent.

Nochtans kan het zijn dat de leverancier niet te goeder trouw handelt en gebruik wil maken van de nood van zijn klant de investering terug te verdienen om de prijzen te verhogen.

 

Vertrouwensleer

Sinds enige tijd wordt in een deel van de rechtsleer het bestaan van een vijfde toepassing van rechtsmisbruik verdedigd, nl. de schending door de titularis van het recht van het rechtmatige vertrouwen van een derde[1].

Het vertrouwensbeginsel houdt in dat de rechten en plichten van partijen bepaald worden door wat op grond van hun gedrag normaal zou zijn.

Op grond van het vertrouwensbeginsel kan verdedigd worden dat de leverancier door het meewerken aan de investering het vertrouwen gewekt heeft de leveringsrelatie te willen verderzetten. Hij wist dat de investering geen zin had zonder een voortgezette levering van de goederen.  De schending van dit vertrouwen door het opzeggen van de overeenkomst kan dan rechtsmisbruik uitmaken.

De sanctie voor rechtsmisbruik is het herleiden door de rechter van het recht tot zijn normaal gebruik of  het herstel van de schade veroorzaakt door het misbruik. In het geval van een onrechtmatige opzegging van een leveringsovereenkomst kan de sanctie bestaan uit een schadevergoeding voor de verloren investering.

 

[1] Zie vooral S. Stijns, o.a. in S. Stijns en S. Jansen, “De basisbeginselen van het contractenrecht: kroniek van de recentste evoluties”, T.B.B.R., 2013, p. 8 (met verdere verwijzingen daar).