Update Richtlijn Bescherming Bedrijfsgeheimen

De aankomende Europese richtlijn voor de bescherming van bedrijfsgeheimen (richtlijn 2004/48) beoogt te komen tot een relatief uniforme bescherming van bedrijfsgeheimen in de Europese Unie.

Aangezien het om een richtlijn gaat moet elke lidstaat ze omzetten in nationaal recht en behoudt ze daarbij een zekere vrijheid. De richtlijn legt de lidstaten op in hun wetgeving een minimum bescherming van bedrijfsgeheimen te voorzien maar de lidstaten kunnen daarbij verder gaan. In het nieuwe ontwerp wordt echter voor het eerst ook opgelegd dat een aantal bepalingen die een beperking kunnen zijn op de rechten van de houders van de bedrijfsgeheimen in de nationale wetgeving moeten worden opgenomen (bvb.: maximale verjaringstermijn van zes jaar).

Dit zijn een aantal van de krachtlijnen van het ontwerp:

  • het geeft een omschrijving van de bedrijfsgeheimen die moeten beschermd worden. Het moet gaan om (1) informatie die niet algemeen bekend is, (2) daarom handelswaarde heeft en (3) door de houder ervan op redelijke wijze beveiligd wordt.
  • het omschrijft wat de onrechtmatige verkrijging van bedrijfsgeheimen inhoudt waartegen de staten in bescherming moeten voorzien. In tegenstelling tot het oorspronkelijke ontwerp vereist het aangepaste ontwerp niet meer dat de verkrijging (door de oorspronkelijke onrechtmatige verkrijger) opzettelijk of met grove nalatigheid gebeurd. Voor de derde verkrijger, die de bedrijfsgeheimen onrechtstreeks van de rechtmatige houder zou verkrijgen, wordt wel nog vereist dat hij wist of moest weten dat het bedrijfsgeheim onrechtmatig werd verkregen. De lidstaten kunnen evenwel strenger zijn en ervoor kiezen dit kennisvereiste niet te stellen.
  • het omschrijft de maatregelen, rechtsmiddelen en procedures die de lidstaten ter beschikking van de rechtzoekenden moeten stellen voor de bescherming van de bedrijfsgeheimen, zowel de voorlopige maatregelen als de maatregelen ten gronde. De maatregelen zijn o.a.: verbod op gebruik van de bedrijfsgeheimen of op het produceren en verdelen van producten die gemaakt zijn met gebruik van de bedrijfsgeheimen; beslaglegging, wijziging of vernietiging van inbreukmakende goederen, …
  • het is opmerkelijk dat het ontwerp uitdrukkelijk voorziet dat de vermelde sancties niet mechanisch kunnen toegepast worden maar dat de rechterlijke instanties rekening moeten houden met een reeks van feitelijke omstandigheden zoals de maatregelen die genomen zijn om het bedrijfsgeheim te beschermen en de handelswijze van de inbreukmaker.
  • het ontwerp voorziet ook in een specifieke bescherming van bedrijfsgeheimen waartoe in het kader van een gerechtelijke procedure toegang moet gegeven worden, voor en na die procedure.
  • de Commissie heeft zich laat inspireren door de richtlijn inzake handhaving intellectuele eigendomsrechten maar kiest er uitdrukkelijk ervoor de bedrijfsgeheimen niet als intellectuele eigendomsrechten te beschermen. Dit betekent dat op bedrijfsgeheimen er dus geen exclusieve rechten worden erkend. Dit lijkt logisch omdat exclusieve rechten een openbaarmaking of publiciteit vereisen maar hiertegen is toch al het bezwaar gemaakt dat dit een schending zou uitmaken van de bepalingen van het Trips verdrag, gesloten in de schoot van de WTO, dat de bescherming van de intellectuele eigendomsrechten regelt en bedrijfsgeheimen behandelt als andere intellectuele eigendomsrechten.

Om volgende redenen zal ook na het van kracht worden van de nationale wetten de wijdverbreide praktijk van geheimhoudingsovereenkomsten zijn nut blijven hebben:

  • het zal gemakkelijker zijn om aan te tonen dat informatie bedrijfsgeheim is als ze het voorwerp uitmaakt van een geheimhoudingsovereenkomst;
  • partijen kunnen in een geheimhoudingsovereenkomst onderling de geheimhoudingsverplichting verder uitwerken;
  • het bestaan van een geheimhoudingsovereenkomst kan een element zijn in de beoordeling door de rechter van de feitelijke omstandigheden in een zaak wat kan resulteren in het bevelen van doortastender gerechtelijke maatregelen.

Het ontwerp wordt op dit ogenblik besproken in de Juridische Commissie van het Europees Parlement. Het wordt verwacht dat het ontwerp voor het einde van dit jaar zal aangenomen worden. De lidstaten hebben dan twee jaar om de richtlijn in nationaal recht om te zetten.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *